Extrinsieke of intrinsieke motivatie?

Van een extrinsieke naar een intrinsieke motivatie

Tegenover me zitten Ruud en Roos. Ze hebben zich aangemeld voor de SCHIPaanpak. Hun relatie is in een ernstige crisis beland nadat Roos heeft ontdekt dat Ruud haar gedurende een halfjaar seksueel ontrouw is geweest. Roos is woedend en gaat helemaal los waarbij ze struikelt over haar eigen woorden. Ze heeft Ruud onder druk gezet: of hij gaat mee naar therapie of het is einde verhaal.

Ruud zit er verslagen bij. Roos zegt: “ik weet niet hoe en of ik verder wil met Ruud.” Op mijn vraag aan beiden hoe gemotiveerd ze zijn voor de SCHIPaanpak antwoordt Ruud: ”Ik heb geen idee. Eerlijk gezegd geloof ik niet zo in therapie maar ik heb kennelijk geen keuze” Roos reageert fel: ”Kijk dat bedoel ik nu. Wie is hier de schuldige van deze ellende? Ik mis iedere motivatie van hem. Dit gaat dus een kansloos traject worden”

Ik kom ze weinig tegen (uitzonderingen daargelaten) mensen die staan te dringen om een beroep te doen op psychische zorg. Het hebben van een psychisch mankement raakt al gauw aan ongemak en schaamte. Anders ligt dat bij helse kiespijn of een gebroken been. Beide, zowel het lichamelijk als het psychisch leed, maken het leven er doorgaans niet leuker op en vragen om een adequate behandeling. Bij de eerste categorie is de stap naar hulp echter niet zo groot. Lichamelijk leed overkomt je tenslotte toch? Daar kan frank en vrij over worden gesproken. Wie kent niet situaties waarin we getuige zijn van het etaleren van lichamelijke kwalen, die ten overstaande aan elk willekeurig publiek, uitgebreid in alle geuren en kleuren uit de doeken worden gedaan. Denk hierbij aan de wachtkamer van de huisarts.

Anders ligt het als het psychisch leed betreft. Het is vele malen aantrekkelijker om een lichamelijke diagnose te hebben dan een psychische aandoening. De angst om voor ‘gek’ te worden versleten zit nog stevig in ons DNA verankerd. “Alles goed?” “Ja hoor alles goed”. Dat onze relatie noodlijdend is, dat we ‘s nachts wakker liggen van een donker toekomstperspectief, dat we het als buitengewoon schaamtevol ervaren diepongelukkig te zijn, dat we niet de beste versie van onszelf zijn tijdens de oeverloze ruzies, dat we onze partner naar Siberië wensen, dat houden we liever onder de pet. Wanneer de gemiddelde mens wel een beroep doet op psychische zorg is dat als het water hem of haar aan tot aan de lippen staat. In scheidingssituaties is dat veelal het moment dat de partner heeft gedreigd op te zullen stappen als er niets ten goede verandert, of na seksuele ontrouw waarbij het spannend is of het stel richting exit relatie gaat of een doorstart kan maken van de relatie.

Zo ook bij Ruud en Roos. Ruud voelt zich de ‘dader’. Dat is geen aantrekkelijke positie. Daarnaast ervaart hij druk om zich te conformeren aan de ‘eis’ van Roos om de SCHIPaanpak te gaan volgen. Zou hij weigeren dan beëindigt Roos de relatie. In zijn perceptie staat hij bij voorbaat al 2.0 achter bij de start van de therapie. Bij hem is sprake van een extrinsieke motivatie. In eerste instantie lijkt bij Roos de motivatie intrinsiek, maar let op!  Zolang Roos de overtuiging heeft dat alleen Ruud schuld draagt aan hun situatie zit ze objectief in een comfortabele positie. Het inzicht dat ook zij verantwoordelijk is voor haar aandeel in de misgelopen relatie zou nog wel eens op weerstand kunnen stuiten. Dat kan resulteren in het opschuiven van haar, aanvankelijk, intrinsieke motivatie naar een (tijdelijke) extrinsieke motivatie.. Roos heeft echter ook  belang  bij een succesvol verloop van de therapie. Wanneer zij haar weerstand kan laten varen door haar eigen aandeel onder ogen te durven zien zal ook zij haar intrinsieke motivatie hervinden.

We besluiten toch de starten met de SCHIPaanpak in de hoop en verwachting dat gaandeweg het traject beiden intrinsiek gemotiveerd raken.

Kenmerkend voor de SCHIPaanpak is dat we nooit spreken in termen van dader of slachtoffer. Vele malen interessanter is het om samen te onderzoeken hoe de dynamiek tussen Roos en Ruud zich voltrekt. Waar is de relatie gaan schuiven, wat is tijdens de relatie onbesproken gebleven en waar hebben ze elkaar, onbedoeld maar toch, gekwetst? Als het daarover mag gaan ontstaat er ruimte om echt naar elkaar te luisteren, elkaar erkenning te geven voor datgene waarin ze elkaar hebben gekwetst en elkaar te helpen de moeilijke zaken binnen hun relatie alsnog te bespreken.

Roos en Ruud zijn ondertussen al een aantal keer geweest voor de SCHIPaanpak.

Tijdens fase 2 ‘Conflict en verliesverheldering ontdekten  Roos en Ruud dat ze beiden uit angst voor relatieverlies lastige onderwerpen binnen hun relatie hadden vermeden. Het was het een pijnlijke eyeopener te ontdekken dat datgene wat ze zo angstvallig probeerden te vermijden toch via de achterdeur hun relatie binnen kwam.

Dat genereerde afstand met alle gevolgen van dien.

Ruud had ‘de afslag’ genomen door een relatie aan te gaan met zijn collega en Roos had ‘de afslag’ genomen door al haar tijd en energie in haar carrière te steken. In de therapiekamer vond het gesprek plaats dat al veel eerder in hun eigen huiskamer had moeten plaatsvinden.

Toen de schuldvraag er niet meer toe deed en de therapie zijn vruchten afwierp vond er bij beiden een verschuiving plaats van een extrinsieke motivatie naar een intrinsieke.

Zowel Ruud als Roos raakten meer en meer betrokken bij elkaar en het proces van de SCHIPaanpak. Dat er hierna nog het nodige ‘werk aan de winkel’ was moge duidelijk zijn.

De moraal van dit verhaal is: Laat je als hulpaanbieder niet te snel afschrikken door cliënten met een extrinsieke motivatie maar heb vertrouwen in het hulpverleningsproces. Neem de tijd om boven tafel te krijgen wat maakt dat er sprake is van een externe motivatie. Wat zit er in de weg?

Tot slot, het laat zich raden, voor een succesvol SCHIPtraject, zoals voor alle psychosociale trajecten, is een intrinsieke motivatie uiteindelijk de ideale uitgangspositie.



Winkelwagen