Ellen en Robbert fase 3 SCHIPaanpak: Helpend Horen

Tijdens een plotsklapse wolkbreuk komt het met bakken uit de hemel vallen. Daarbij bliksemt en dondert het dat het een lust is op deze vrijdag de 13e. Ik ben niet bijgelovig maar toch bekruipt mij een onbestemd gevoel.

Druipend van de regen komen ze vlak na elkaar mijn praktijk binnen. Het weer sluit goed aan bij de fase van Helpen Horen. De ervaring dat de ander jou helpt bij het onder woorden brengen van die dingen die al die tijd ‘er niet mochten zijn maar er wel waren’ is altijd een emotioneel moment. Echt luisteren valt onder de noemer van ‘de hogere kunsten’. Ooit las ik dat als we meer zouden moeten praten dan luisteren, we wel twee monden hadden gekregen i.p.v. twee oren… Kenmerkend voor partners die zijn vastgelopen binnen hun relatie is dat het echte luisteren naar elkaar al lang geleden ergens is gestopt. Niet zo vreemd dat het tijdens en na het proces van de echtscheiding helemaal niet meer lukt om open te staan voor datgene dat de ander jou wil vertellen. Daarbij kan het je erg kwetsbaar maken wanneer je tegen je ex-partner zegt wat je nog graag van hem of haar zou willen horen. En hoe moeilijk is het om de vraag te stellen die weliswaar op je lippen brandt maar waarop je het antwoord het liefst helemaal niet zou willen weten. Kortom de wolkbreuk die zich buiten afspeelt kan zich ook zo maar naar binnen verplaatsen.

Zoals gebruikelijk informeer ik eerst hoe het hun is vergaan na de laatste sessie. Ellen neemt het woord: “ik heb lang nagedacht over hetgeen we elkaar hebben opgebiecht. Zelfs zo erg dat ik er slecht van sliep. Het bleef maar door mijn hoofd malen”.
Ik vraag haar wat explicieter te zijn door te verwoorden wat er zo door haar hoofd maalde. Het is even stil aan de kant van Ellen. Dan barst ze in huilen uit: “dat Robbert zei dat het hem wel goed uit kwam dat ik zogenaamd niet thuis gaf alsof zijn vreemdgaan snotverdorie mijn schuld was. Lekker makkelijk, het lag allemaal aan mij en….” Ellen lijkt niet meer te stoppen en vervolgt woedend, gierend en snikkend haar betoog. Robbert kijkt mij wanhopig aan. “En wat zou je Robbert hier nog over willen vragen” zeg ik. Ellen slikt haar laatste tranen weg en zegt: “ik zou hem willen vragen wanneer hij opgehouden is om van mij te houden. Toen wij met wintersportvakantie waren met kerst destijds, hield je toen ook al niet meer van me of misschien al veel eerder ..?

Ik merk dat ik even mijn adem inhoud en stiekem hoop dat het antwoord niet alles op ‘achterstand’ zet. Robbert kijkt Ellen aan en zegt: “ja toen hield ik nog oprecht van je. Ik kijk juist op die vakantie met een goed gevoel terug. De periode daarna kreeg ik echter steeds vaker twijfels of ik nog gelukkig genoeg was met je. En heel langzaam leek het alsof het wegebde, het echte houden van. Dat was heel naar”.
Ellen reageert met zachte stem:” misschien vind je het gek, maar daar ben ik blij mee. Ik was soms bang dat de jaren daarvoor ook al nep waren. En als ik dan naar oude foto’s keek leek alles een grote leugen”.

Ik vraag Robbert of hij ook heeft nagedacht over de vraag die hij Ellen nog zou willen stellen. Dat heeft hij zeker: “wees eens eerlijk, heb je echt gedacht dat ik een narcist ben of vind je misschien zelfs dat dit zo is”? Ellen is zichtbaar ongemakkelijk onder deze vraag. “Waarom wil je dat weten eigenlijk” is haar antwoord. Nu is het Robberts beurt om in woede te ontsteken: “waarom ik dat wil weten, waarom ik dat wil weten, wat dacht je? Het is nogal wat om een persoonlijkheidsstoornis aan je broek te krijgen. Aan wie heb je dat bijvoorbeeld allemaal geventileerd? Wie denken inmiddels allemaal dat ik een narcist ben?”
Ellens antwoordt schoorvoetend. Ze zoekt zichtbaar naar de juiste woorden: “als ik eerlijk ben heb ik het soms weleens gedacht. Daar ben ik niet trots op en ja dat heb ik ook weleens gedeeld met mijn vriendinnen. Maar inmiddels weet ik dat ik het bij het verkeerde eind had. Simpel uit het feit dat we hier nu zitten en hoe ik hoor en zie dat je verantwoordelijkheid neemt voor jouw deel en ik natuurlijk voor dat van mij. Een beetje narcist zou dat nooit doen”.

Ik neem deze uitleg te baat om uit te leggen wat mijn praktijkervaring is met vechtende ex-partners die elkaar met het grootste gemak diagnosticeren als borderliners en narcisten. Wanneer we alle vechtende ex-partners zouden moeten geloven wordt Nederland grotendeels bevolkt door mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Wanneer je mij maar lang genoeg onder druk zet en bedreigt, ga ik mij op den duur ook ‘raar’ gedragen. Heb ik dan een persoonlijkheidsstoornis? Op z’n minst krijgen mijn, diep weggestopte, neuroses vrij spel. Als echter de kust weer veilig is gedraag ik mij weer volkomen normaal. Ik noem dit fenomeen ‘situationele gekte’. En dat is wat we zien bij chronische vechtscheidingen. De machteloosheid, wanhoop en de uitzichtloze situatie waarin mensen zich bevinden, genereren onbegrijpelijk gedrag. Ik stel voor om het diagnosticeren over te laten aan de daartoe opgeleide deskundigen.
Robbert en Ellen knikken instemmend.

Ik kijk uit het raam van mijn praktijk. Zes ooievaars paraderen over het weiland. De storm, bliksem en regen zijn op hun retour.
Robbert en Ellen zijn eveneens ‘uitgeraasd’ en lijken even genoeg te hebben aan hun eigen gedachten.
Ik wil deze bijna serene stilte niet verbreken en besluit hun de huiswerkopdracht voor fase 4 per mail toe te sturen.

– Tineke Rodenburg –

Winkelwagen