De nuance van het vorige blog: over mannen en vragen stellen
In mijn vorige blog ben ik ingegaan op de vraag waarom mannen geen vragen stellen. Zoals ik kon verwachten riep dit de nodige reacties op. Dank hiervoor overigens. Had ik een punt of scheer ik alle mannen over een en dezelfde kam? Het voor de hand liggende antwoord is: dat dit natuurlijk niet opgaat voor alle mannen. De intelligente lezer zal begrijpen dat de inhoud van een blog altijd gepaard gaat met een vleugje ironie, knipoog of uitvergroting. Waarbij de kern van het betoog tegelijkertijd overeind dient te blijven. Ga er maar aan staan…
Afijn en dan nu de vraag: hoe is het gesteld met de kwaliteit van het vragen stellen van vrouwen? Er wordt nogal eens gezegd dat vrouwen verhullend vragen stellen.
De relatie van Bea en Joris: communicatie in zwaar weer
Bea en Joris zijn met hun relatie in ‘zwaar weer’ beland. Vlogen voorheen de verwijten nog als hagelstenen over en weer, inmiddels is er een ondoordringbare dikke lucht tussen beiden gekomen.
Joris beschrijft hun situatie als volgt: “Continu heb ik het gevoel dat er iets van mij wordt verwacht waar ik niet aan kan voldoen. Hoe ik ook reageer op haar wensen, wat ik ook doe, of zelfs wat ik niet doe, het is nooit goed. Daarbij word ik gek van die nooit aflatende zeurende drammerige toon waarmee ze mij van alles voor de voeten gooit.”
Ik vraag hem of het klopt dat hij de moed heeft opgegeven en daarom maar helemaal niet meer reageert. Dat het voelt alsof hij examen doet voor iets waar hij nooit voor zal slagen? Joris knikt en laat een diepe zucht horen.
Bea beschrijft de situatie als volgt: ”Joris heeft geen enkele boodschap aan datgene wat ik graag zou willen. Wat ik ook aan hem vraag, het slaat allemaal dood. Het maakt mij woedend en verdrietig dat ik er voor hem totaal niet toe doe.”
Ik vraag haar of het klopt dat haar vragen steeds vaker in verwijten verpakt gaan? En dat het lijkt alsof de emotionele lading daarvan, naarmate de verwachte respons uitblijft, toeneemt? “Precies zo gaat dat,” reageert Bea.
De klassieke klacht: mannen luisteren niet, vrouwen zeuren
Het is een veelvoorkomende klacht binnen relaties. Mannen die vinden dat vrouwen zeuren en vrouwen die vinden dat mannen niet luisteren als hun iets gevraagd wordt.
“Was will das Weib?” Deze uitspraak is van Sigmund Freud, de bekende psychiater of zenuwarts die leefde van 1856-1939. Hij deed deze uitspraak rond 1930 toen hij ongeveer 75 jaar oud was. Freud was de grondlegger van de psychoanalyse. Of Freud hier ooit zelf een antwoord op heeft gevonden laat ik in het midden. Maar de vraag stellen biedt op z’n minst een opening voor een constructief gesprek.
De dynamiek van verhullende communicatie
Terug naar de relatie van Bea en Joris. Ik probeer helder te krijgen hoe de dynamiek van hun communicatie verloopt en, nog interessanter, wat hun beider onderliggende behoeften zijn.
Het is weer de hoogste tijd voor een blokje psycho-educatie. Door de materie op een algemener niveau te benaderen komt er wellicht wat lucht in de zwaarte die tussen hen beiden hangt.
Vrouwen beschikken meestal over een verfijnd emotioneel vocabulaire. Dat is hun kracht. Want door emoties te benoemen ontstaat er contact en verbinding op gevoelsniveau. Tegelijkertijd is het goed om alert te zijn voor oververzadiging als er een boodschap verdrinkt in emoties want dan raakt de kern zoek. Dat vrouwen doorgaans meer vragen stellen dan mannen is herkenbaar. Maar helaas is de wijze waarop vragen worden gesteld niet altijd even effectief en helder. Door verhullend taalgebruik neemt de kracht van de vraag af.
Hoe verhullende vragen klinken in de praktijk
Meteen reageerde Joris. “Hier is ze zo goed in! Gister nog, zegt ze tegen me: nou ik heb maar weer de vuilnisbak buiten gezet. Ik vind het niet eens een verhullende vraag, maar het is een verwijt. En in dat verwijt zit denk ik een vraag, maar ik hoor hem niet. Moet ik dan maar zelf bedenken dat ze dat wil? Of dan de keren dat ze klaagt over alle klusjes die nog niet gedaan zijn. Waarom vraagt ze niet: wanneer ga je nou de badkamer verven? Waarom moet ze zeggen: nou, die badkamer komt zo ook nooit af?”
Ik zie Bea op het puntje van haar stoel zitten en ze reageert nog voor hij is uitgesproken: “Waarom? Dat zal ik je vertellen. Als ik je vraag wanneer je de badkamer afmaakt dan ben je meteen geïrriteerd. Hoe vaak hoor ik jou zeggen: dat zul je wel merken. Ik durf gewoon niets meer te vragen. Daarom probeer ik ook maar vaker te horen wat jij ervan vindt en dan hoop ik dat je aanhaakt en doet wat we hebben afgesproken.”
Terwijl ik naar het stel kijk hoe ze dit doen met elkaar, zie ik Joris een dikke zucht slaken en hij zegt: “Oh, je bedoelt toen je zei: vind je ook niet dat de tuin er verwaarloosd uit ziet? Of: wat denk jij? Wie gaat de kinderen vandaag uit de opvang halen? Het is gewoon niet duidelijk. Want als ik dan zeg: ik heb een vergadering op mijn werk, dan roep jij: maar ik heb toch gezegd dat ik vandaag niet kan?”
Waarom verhullende vragen averechts werken
Ik onderbreek dit patroon want ik voel dat het tijd is voor meer psycho-educatie, en neem ze mee in hun manier van communiceren.
Want woorden zoals misschien, eventjes, zijn niet helpend voor het helder overbrengen van de vraag.
Vragen zoals: “vind je dat ook niet?” en “wat denk je daarvan?”, werken vertragend.
Dat deze manier van vragen stellen niet helpend is om to the point te komen waardoor je je doel verliest, wordt veelal niet erkend.
Een helder benoemde vraag werkt vele malen krachtiger dan een stortvloed van woorden en het verpakken van de vraag. Het geven van hints in de hoop en verwachting dat mannen (of de toehoorders) wel zullen begrijpen wat er van hen verwacht wordt is een illusie. Dit overkwam ook Bea. Doordat ze zich niet gehoord voelde, gleed ze in de valkuil die zeuren genereerde.
Fase 3 van de SCHIP-aanpak: de weg naar verbinding
We zitten in fase 3 van de SCHIPaanpak. Dit is de fase waarin de (ex)partners elkaar gaan helpen om datgene wat zo lastig en pijnlijk alsnog te bespreken.
We moeten het hierbij van het uitgangspunt hebben dat de behoefte aan verbinding bij beiden evident is. Bea en Joris kijken aan tegen wederzijdse boosheid terwijl onderliggend hieraan de pijn van het verlangen aan contact schuilgaat. Als het daarover zou mogen gaan, ontstaat er een andere beweging.
De weg naar een nieuwe verbinding kan verschillen — ofwel in SCHIP-jargon geformuleerd, laat een andere vaarroute zien. Maar het uiteindelijke doel blijft hetzelfde.
Heldere vragen als sleutel tot contact
Hoe mooi zou het zijn als Bea door het stellen van heldere vragen een bevredigend antwoord zou krijgen en als Joris zich meer gemotiveerd gaat voelen om aan haar te kunnen bijdragen?
Ik ben optimistisch, maar zij zijn aan zet.
